Corona·LDH·Leger des Heils·Maatschappij·Schrijven

Het Leger des Heils in Coronamodus (deel 5)

Deel 5: Onfortuinlijk dakloos. Maar ook veiligheid, feest en vrede.

Ik ben nog niet binnen of ik ren alweer naar buiten. Krachttermen en ziektes vliegen door de lucht als kanonskogels. Voor ik de situatie echt in kan schatten zie ik dat het gaat om twee bewoners die ik voor het goede maar even als ‘aaibaar’ omschrijf. En al zijn ze dat op dit moment niet, het geeft mij de moed om ertussen te springen als de dame in dit geheel één van haar beste makkers letterlijk te lijf wil gaan. Ze springt over de plantenbak voor de ingang, haar slachtoffer duikt achter mij weg en ik zet mij schrap als ze in mijn gespreide armen stormt.  Blind van woede duwt ze door tot ik met luide stem ‘Hallo!?’ roep. Alsof ze nu pas door heeft dat ze als een stormram door mij heen wilde beuken, doet ze geschrokken een stap achteruit. Mijn collega neemt de tegenpartij mee naar binnen en de omstanders druipen af.
‘Zo ben je er weer?’

Het blijkt om geld te gaan. Het sluimert al een tijdje. Als ze het verhaal doet ontsteekt ze opnieuw en ik zie dat haar ogen haar makker zoeken in de lobby. Geen enkele redevoering kalmeert tot ik ineens zeg: ‘Ik zou je eigenlijk een time out moeten geven.’
Ze is er weer. ‘Hoezo?!’ roept ze verbaasd.
Ik trek een zo onschuldig mogelijk gezicht en grijns. ‘Omdat je je niet aan de afstandsregels hebt gehouden en zojuist nog in mijn armen lag.’
‘Je spoort niet,’ zegt ze licht geïrriteerd, maar toch verschijnt er een klein glimlachje. Het doel deze dame even uit haar emoties te trekken is geslaagd. Ik zucht inwendig.
‘Maar is het je een time out waard? Om hem nu van z’n potje te rammen?’ vraag ik op een serieuzere toon. Ze schudt haar hoofd.
‘Vroeger had ik echt nooit ruzie gemaakt om twee tientjes…’
Nu zuchten we samen.

M’n collega’s grijnzen als ik binnenkom. Het is nu al zo’n dag… Zo’n dag dat alles tegelijk komt. En ik ben pas net begonnen.
Het is nooit, maar dan ook nooit saai. Zelfs als er een dienst ‘niets’ gebeurt, werk je in een omgeving waar bij elkaar geraapte karakters zonder vrije keus samen moeten leven. Nou zitten in dit hostel de meest zelfredzame mensen van de gestripte locaties, maar het feit dat deze thuislozen redelijk onafhankelijk zijn wil niet zeggen dat ze hun rugzakjes en  bagage hebben achtergelaten op hun voorgaande locatie of dat ze het onder controle hebben.
 
Als ik wil rapporteren over het voorval van zojuist duikt er een bewoner op bij de balie. Verwachtingsvol kijk ik hem aan.
‘Ik heb een huis! Ik heb eindelijk een huis!’
Hij vraagt mij om buiten even een bakkie te doen om te horen hoe bijzonder het is gegaan en ik laat de rapportage even voor wat het is. Al snel sluit zich een andere bewoner aan die eveneens een huis heeft gekregen. Ze zijn dolblij en enigszins in paniek. Samen hebben ze ruim 15 jaar op straat of in de opvang geleefd.
De bewoner die nog geen half uur geleden bijna naar zijn strot is gevlogen komt erbij staan. Ik zie hem over het terrein kijken naar de tafeltennistafel waar zij zit. Dan kijkt hij mij aan.
‘Wat heeft ze je verteld? Je weet toch dat ik diep van binnen een aardig persoon ben?’
‘Weet je wat objectief betekent?’
Hij haalt zijn schouders op.
‘Dat betekent dat ik mijn visie baseer op feiten en niet op meningen. Ik kies geen partij, tenzij jij er nu heenloopt en haar van die tafel trekt,’ zeg ik met een knipoog.
Hij knikt goedkeurend en pakt een bakje eten uit de tas die hij in zijn handen heeft.
‘Dit is om vanavond een vastendag te doorbreken van de Ramadan, maar wil je het haar geven? Ik weet dat ze niet goed eet en omdat het bijna Suikerfeest is wil ik toch dat ze weet dat ze gewoon mee moet vieren met ons. Zelfs als ze boos blijft.’
Eén van de mannen die een woning heeft gekregen slaat zijn medebewoner op de schouder. Ik zeg er ondanks de afstandsregel niets van. Ik zou het graag zelf hebben willen doen. Ook zij ontvangen een bakje eten omdat het ‘ondanks hun verschillen altijd vrede zou moeten zijn.’

Als ik weer binnen ben licht mijn collega mij in dat er in de eetzaal mondkapjes worden gemaakt. Zelf zijn zij volop bezig met brainstormen met cliënten om het aanstaande Suikerfeest op een mooie manier vorm te geven. Dit draait vooral om lekker eten waar inderdaad iedereen in het hostel deel aan heeft. Nieuwsgierig ga ik kijken wat zich er nu in de eetzaal afspeelt. Een kort gesprekje met de twee ongedocumenteerde kleermakers maakt duidelijk dat ze voor elke bewoner en elk personeelslid twee kapjes maken. Het geeft ze een gevoel van trots en veiligheid. Ondanks de gekkigheid rond de mondkapjes maatschappij wordt ik blij van de productiviteit en vele lappen Afrikaanse print op de lange tafels.
Terug achter de balie en mijn rapportage gaan mijn gedachten uit naar stigmatisering.

Ondanks dat er geen begeleiding wordt geboden ontkom je er niet aan de verhalen van mensen te horen. Soms vraag ik ernaar. Soms komt het vanzelf.
Zo heb ik afgelopen week M. gesproken die na 25 jaar wonen op hetzelfde adres uiteindelijk vorig jaar in centrum Amsterdam haar woning uit is gezet omdat haar verhuurder zich in de loop der jaren ontpopte als huisjesmelker en slinks genoeg was zich te onttrekken aan haar opgebouwde huurrechten. Stiekem is M. blij met de Corona crisis. Het heeft er voor gezorgd dat zij nog onder de pannen is.
Of J. die net voor de crisis een eigen bedrijfje opzette om uit het dakloze wereldje te kunnen stappen door dan maar vrije sector te gaan huren en nu niet gecompenseerd wordt en nog verder dan terug bij af is. Of D. die clubmanager is en ontdekte dat zijn vrouw de boel bedroog, die zijn kinderen uit huis geplaatst zag worden, alles kwijtraakte en met moeite zijn baan behield. Nu heeft hij voogdij, maar geen woning.
Of A. die de halve wereld is doorgekruist op vlucht voor een oorlog, maar hier gezien wordt als gelukszoeker. Of B. die door zijn psychische problemen en gebrek aan begeleiding zijn administratie niet meer kon bolwerken en hierdoor niet alleen zijn mentale welzijn hem ontschoot, maar ook de rest. Of C. die door een oplichtingstruc zijn leven als kaartenhuis ineen zag storten.

Een ABC aan verhalen. Een ABC aan klassieke voorbeelden van pure pech, onrecht en ja… soms eigen aandeel. Allemaal mensen die in onze huidige maatschappij worden bestempeld als dakloos: vieze, luie, ondankbare en onhandelbare mensen die hun situatie hoogstwaarschijnlijk aan zichzelf te danken hebben.  
Sommige van hen belanden onderop de woningenwachtlijst van jaren en jaren in hun eigenlijk al vergevorderde leven. Dat je ooit alles op de rit had doet er niet meer toe.
Wat is hun uitzicht?
Is het gek dat enkelen naar een blow of bier grijpen? Dat ze rebels worden omdat ze zich ongehoord voelen?
 
Het wordt mij steeds meer duidelijk. Wat voor mij ‘slechts’ werk is in deze noodopvang die vanwege Corona uit de grond is gestampt, is het voor deze mensen óók de nood die voor en na Corona, de dagelijks realiteit is. En toch maken ze er het beste van. Ze erkennen dat hun irritaties in het daglicht van thuisloos zijn staan, ze gebruiken ondanks alles hun ondergesneeuwde kwaliteiten, ze vieren zo mogelijk hun feesten en streven ieder naar de universele verlangens van veiligheid…

En oh, wat gun ik ze allemáál een eigen woning. Een leven waar ik zelf zo in bevoorrecht ben.
Een enkeling vindt slechts op korte termijn een plek. Of deze eer toekomt aan goede begeleiding, omstandigheden of misschien de capaciteit om zelf hun leven op de rit te krijgen laat ik in het midden.
Maar ik weet dankzij de dak en thuisloze van de maatschappelijke opvang dat het moet voelen als het voor het eerst zien opkomen van de zon.
Je hebt over de zon gehoord. Je weet dat hij er dagelijks is. Maar dan pas ervaar je hem en mag je die oh zo gewoon geworden wonderbare schoonheid zien. Je wordt er warm van.
Thuis. Een thuis aan de horizon voor ieder.  
Dan maakt het ook niet meer uit als het de volgende dag regent…

4 gedachten over “Het Leger des Heils in Coronamodus (deel 5)

  1. Als ze die figuurlijke rugzakken achter zich hadden kunnen laten, zou het feest zijn in het hostel. Voor nu superfijn dat er weer twee mensen onderdak hebben, al is het natuurlijk een druppel op een gloeiende plaat.

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s