Corona·LDH·Leger des Heils·maatschappij

Het Leger des Heils in Coronamodus (deel 3)

Deel 3: Impact van het nieuwe normaal

Hij ziet eruit alsof hij mij elk moment een kopstoot kan geven. Intuïtief doe ik een stap achteruit, toch blijf ik hem aankijken omdat ik ergens ook het idee heb mijn mannetje te moeten staan. De twee bewoners naast het opgewonden standje staan schaapachtig te lachen terwijl ik voor rotte vis word uitgemaakt.

Ik ben niet zo dapper dat ik dit niet intimiderend vindt maar ik kan me ook niet aan de gedachte ontrekken dat het absurd is dat hij over zijn stuiter gaat vanwege een beker.

Bewoners krijgen er een handje van achter de afzetlinten in de lobby te gaan struinen om onder andere bekers van het hostel te pakken. En ik zei er wat van.
Zijn tirade over zijn recht als dakloze op een solide (hotel)beker tegenover kartonnen troep, mijn onwetendheid betreft zijn leven, ons militaire regime, boosheid over wit-rode linten, zijn opvattingen over het vrouwenras, het raaskalt maar door.

Ik steek ter overgave mijn handen in de lucht en zeg: ‘Je bent op dit moment veel te boos om een normaal gesprek te voeren dus laten we het afkappen.’
‘Lekker kinderachtig stom wijf, loop maar weg zoals jullie allemaal doen!’
Ondanks dat ik vooral de machteloosheid en frustratie hoor rondom zijn afhankelijkheidspositie en misschien wel de gekrenkte trots van het eigenlijk zelfredzaam willen maar nog niet kunnen zijn, draai ik mij om.
‘Je kan straks een beker bij mij komen halen.’
Ik zucht. Ik heb helemaal geen tijd voor dit soort conflicten over, inderdaad, kinderachtige zaken zoals puberale uitstapjes en onderwijzende standjes.

De gillende autoambulance met de dokter van de spoedpost komt er namelijk al aan.

‘Corona, Corona!’ stijgt het gemurmel van de cliënten bij de ingang op als de ambulance broeder en ingepakte huisarts naar binnenlopen. We stellen ze gerust, het is geen Corona. Wat het wel is weten we zelf ook niet.
Mijn collega’s hebben er bovenop gezeten. De medische studenten en een ingevlogen collega die zelf vier maanden als verpleegkundige op Lesbos heeft gewerkt zijn meerdere keren bij de zieke man wezen kijken. Het enige dat we weten is dat hij van het één op het andere moment niet meer kon lopen van de maagpijn, dat er problemen zijn geweest met zijn medicatie en dat hij nu al dik een uur ineengekrompen en zwetend in bed ligt. We hebben de spoedpost gebeld, die vermoeden dat dit wel eens uit kan lopen op een hartaanval.

Terwijl de dokter boven bezig is begint het buiten donker te worden.
Dat betekent: weer een Ramadandag ten einde. Dorstige en hongerige bewoners lopen al bijna een uur opgewonden door de lobby omdat hun eten inmiddels is opgewarmd en klaargezet. Enkelen schieten voor ze de eetzaal in kunnen nog snel even naar buiten voor een eerste peuk en dankbaar wordt de koffie getankt die ik vers de kan ingiet.
De Ramadan betekent voor ons als team dat we laat op de avond, na de spits van 100 man eten geven, nog een spits volgt van een nieuwe gedekte eetzaal voor de 30 vastende klanten. Het betekent ook dat sowieso één van ons tot middernacht werkt om samen met de bewoners alles op te ruimen en ze nog een extra uurtje koffie en thee te gunnen.
Maar het betekent vooral een opgetogen sfeer omdat er aandacht aan besteed wordt, zowel binnen als buiten het team wordt er extra eten en drinken (mee)gebracht om het eetmoment, waarmee ze voor een paar uur per dag hun vasten onderbreken, wat aangenamer wordt gemaakt.

Eetmomenten zijn momenten waarop collega’s en ik al werkende wat kletsen. Een vrijwilligster vertelt over haar ondersteunende werk onder de vrouwen op de Wallen en dat de vrouwen nu zonder werk zitten. Het is dubbel, maar vooral schrijnend. Velen zien het als vooruitgang dat ons roze visitekaartje gesloten is, maar achter de ramen, waar normaliter al veel verborgen leed huist, loopt de ellende hoger op. Sommige vrouwen zijn verdwenen, anderen huilen omdat ze hun thuis in Oost Europa niet meer kunnen voeden, weer andere verstoppen hun blauwe plekken.
De Lesbos collega vertelt dat zijn normale werk in de gevangenis vanwege de crisis is stopgezet en dat de bezetting nu zo dramatisch is dat delinquenten maar 5 minuten per dag mogen luchten. Hij vertelt over de machteloosheid van de mannen van het opgesloten zitten tijdens opsluiting en dat wij op journaal horen dat ze dagelijks mogen beeldbellen terwijl eens in de twee weken een eerlijker beeld is. De Ipads die beschikbaar zijn gesteld en waar zo hoog over opgegeven wordt, zijn per gevangenis, op honderden gevangenen, op één hand te tellen. Ik snap niet waarom hij niet mag werken. Hij ook niet.
Een student merkt op, wat ik later ook op social media zie, dat er onder de doelgroep van daklozen weinig Corona heerst. Mooi, zou je zeggen. Randgeval, denken wij. Een spotlight op hun zijlijn van de maatschappij, blijkbaar hebben ze enkel onderling contact omdat de maatschappij ze links laat liggen en zo dus relatief veilig zijn in hun onveiligheid.

Als ik aan het schoonmaken sla zie ik de dokter wegrijden. Veel tijd om mijn collega te vragen hoe het is gegaan heb ik niet want een paar enthousiaste klanten drukken een bord vol islamitische lekkernijen onder mijn neus en dwingen mij even aan hun tafeltje te komen zitten. Na een paar minuten met hun genoten en gekletst te hebben bedank ik ze en opper ik voorzichtig dat we vanwege de tijd de zaal zo moeten sluiten. Ondanks de afstand krijg ik een hartelijke klap op mijn schouder.
‘Geen zorgen schatje, we ruimen alles voor je op!’
Glimlachend herinner ik ze eraan dat ik nog steeds liever benaderd wordt zoals ze hun zuster zouden benaderen dan dat ze mij schatje noemen. Schaterend slaan ze aan het opruimen.

De zieke man blijft een mysterie. De dokter wil dat we hem elk uur controleren en heeft hem wat gegeven tegen de maagpijn, wat het enige traceerbare lijkt. Deze klus gaat naar de nachtportier en voor acute nood hebben we de cliënt één van onze portofoons gegeven zodat hij met een druk op de knop hulp nabij heeft. We hopen er het beste van.

Ineens staat het haantje voor mijn neus. Dikke tranen staan in zijn ogen. Achter hem mijn collega uit de gevangenis die voldaan grijnst.
‘Ik kan je niet vaak genoeg zeggen hoeveel het mij spijt… Al die dingen die ik heb gezegd.’
Ik kan mijn verbazing niet verbergen en trek mijn wenkbrauwen op.
‘Wow, vanwaar deze omslag?’
Even maakt hij oogcontact en veegt zijn tranen weg. ‘Ik heb gewoon een agressieprobleem man, ik voel me opgefokt en wilde die beker. En jij… Nou ja, jij hebt gewoon gelijk.’
‘Ik snap toch dat je zo’n beker wilt. Mijn punt was alleen dat ogenschijnlijk domme lint, waar na jou illegale geklauter straks anderen je voorbeeld volgen. Zo werkt het, dat weet je. Feit is gewoon dat je in die hoek niets te zoeken hebt.’
Zo, ik heb alsnog gezegd wat ik wilde. Al voelt het lang niet zo voldaan meer als het een uur geleden zou hebben gevoeld.
Zijn ogen staan weer vol tranen. ‘Jullie zijn toppers. Dat weet je toch? Zijn we oké?’
Hij lift zijn elleboog op. Ik lach en tik met mijn elleboog de zijne aan.
‘Volgende keer op een normale toon?’
‘Ja man, op het moment dat ik zo deed wilde ik het eigenlijk al niet!’
‘Dan zijn we oké pannenkoek.’ Ik bied mijn elleboog nog een keer aan.

‘Hoe heb je dat voor elkaar gekregen?! Wat heb jij wat ik niet heb?!’ fluister ik mijn collega toe als de bewoner wegloopt.
Hij grijnst en haalt zijn schouders op.

Het lijkt erop dat dit ‘nieuwe normaal’ het abnormale van de opvang in dit hostel benadrukt. Het normale leven heeft zijn loop genomen. Voor ons als team. Voor onze gasten.
Ziek of gezond. Wij doen wat wij normaal doen. Zij zijn wie ze normaal zijn. De bijeengeraapte bewoners zijn thuis gekomen. Misschien wel bij ons.
En gelijktijdig wacht iedereen op de datum van het afscheid.

***

Together we are one

Omdat ik inmiddels aardig bijgeschreven ben kan ik voor deze keer geen tipje van de sluier oplichten voor het volgend blog. Ook ik laat mij graag verrassen, wat ik wel kan zeggen is dat ik stiekem een beetje verliefd geworden ben op het werken in de maatschappelijke opvang…

7 gedachten over “Het Leger des Heils in Coronamodus (deel 3)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s