Humor·LDH·Leger des Heils·Maatschappij·Psychiatrie

Mijn expeditie eetproef en goed

Ze is nogal recalcitrant. Oftewel opstandig.
Tegelijkertijd is het een lieverd. Een stevige tante die altijd vrolijk de deur opent en direct ongedwongen babbelt over haar werkweek bij de groenvoorziening. Er is één dag per week dat ze vrij is, deze dag is aanzienlijk drukker dan de rest omdat ze boodschappen moet doen voor haar en haar moeder, doktersafspraken af moet en mij moet ontvangen. En hier komt het recalcitrante omhoog: ik ben namelijk aanwezig om Annie een beetje wegwijs te maken in het huishouden, voor het geval dat…

Annie en haar moeder zijn een bijzonder duo. Annie is dik in de 50 en haar moeder in de 90. Vanwege haar verstandelijke beperking is Annie nooit uit huis gegaan. Moeder is dementerend, maar kranig, ze runt nog steeds het huis, hoewel runnen een erg groot woord is.
Annie verdwijnt standaard bij mijn verschijnen naar haar slaapkamer, bang om gelijk aan het werk gezet te worden. Ik luister wekelijks naar moeders onveranderde oneliners, ongemakken en liefkozingen. Eén daarvan is dankbaarheid.  Moeder is zich erg bewust van haar afhankelijkheid en noemt haar dochter het grootste cadeau. Prachtig en letterlijk: ze zijn van dezelfde geboortedag.
Hun relatie is mede hierdoor rijk én rijk aan wederzijdse afhankelijkheid. Het is een complex samenleven waarin Annie niet altijd kan vatten dat haar moeder sommige dingen niet meer kan. Want de realiteit is dat moeder achteruit gaat, haar ogen, haar oren, haar dagelijkse verzorging en haar geheugen. Het Leger heeft alle middelen ingezet aan alarmsystemen, speciale bellen, thuiszorg, taxi’s en begeleiding om dit op te vangen. Ik vang Annie op, zéér praktisch: ik leer haar namelijk het huishouden voor het geval moeder wegvalt.

Als Annie beneden komt grijp ik mijn kans. ‘Zullen we het toilet even doen?’
Ze kijkt mij geïrriteerd aan en barst los tegen haar bejaarde moeder: ‘Waar heb je de pasjes nou weer gelaten?! Ik moet zo boodschappen doen. Blijf er nou eens met je tengels vanaf als je niet weet waar je ze laat!’
Moeder schrikt op, verontschuldigd zich en begint te rommelen in haar handtasje. Annie dendert door naar het toilet en ik volg. Voor de zoveelste keer herhaal ik de volghorde waarin je een toilet schoonmaakt, reik haar de middelen en het doekje aan als ze ineens zegt: ‘Ik kan het wel heus wel hoor…’
Met een ‘prima’ loop ik naar de keuken en doe mijn ding. Als Annie dertig seconden later de keuken inloopt neem ik een kijkje in de wc. Ik zucht.
‘Lieve An, kijk eens goed naar de bril, dat is toch niet goed?’
Ze ontploft.
‘Het is niet goed dat je vertelt dat het niet goed is!’ roept ze uit, ‘Je moet vertellen wat er anders kan, niet de nadruk leggen op wat ik niet goed doe!’
Even ben ik verbijsterd maar ze heeft gelijk.
‘Je hebt gelijk,’ zeg ik dan ook simpel, ‘het is niet niet goed, maar kan wel een beetje beter. Zal ik het nog een keer voordoen?’
Ze knikt maar is haar aandacht verloren. Ze foetert in de huiskamer nog een keer op haar moeder en stampt naar boven.

Het raakt me als ik moeder, zij het op haar gemakje want onder de indruk is ze niet van Annie, nog steeds in haar handtasje zoekt en inmiddels ook een laatje overhoop heeft getrokken.
Als ik naar boven loop twijfel ik of ik er iets van moet zeggen, want als ik heel eerlijk ben vind ik het niet correct dat Annie altijd zo fel uithaalt naar haar dementerende moeder die zich van geen kwaad bewust is.

‘Annie, mag ik wat zeggen?’
Ze kijkt op met die vriendelijke bolle toet en glimlacht. Zo is ze, ze is mijn ‘niet goed’ alweer vergeten en gaat gewoon door.
‘Je moeder kan er niet zoveel aan doen dat ze niet weet waar de pasjes zijn… Misschien helpt het als je wat liever tegen haar bent en samen zoekt naar voor de hand liggende plekken.’
‘Ik wordt er knettergek van dat ze alles vergeet, ze doet alsof ze achterlijk is,’ zegt ze gefrustreerd. Ik slik een veel te pedagogische Jip en Janneke uitleg in over dementie, ik begrijp de frustratie ook wel. Dan ineens kijkt ze mij recht aan en zegt: ‘Ga jij mij nou voor een tweede keer vandaag vertellen dat ik iets niet goed doe!?’

Tussendoor drink ik met moeder altijd een bakkie koffie. Nog steeds is ze aan het rommelen in de laatjes, het kost mij moeite om haar verloren fixatie te onderbreken, maar uiteindelijk keuvelen we wat over haar verleden. Bloemrijk verteld ze haarscherpe details en ik geniet van de vorige eeuw en kinderlijke vreugde op haar gezicht.
Uit één van de laatjes is een doos chocolaatjes komen rollen. Gretig stop ik het stukje zoetigheid in mijn mond. Ik kauw terwijl ze mij verwachtingsvol aankijkt.
‘Lekker hé, die zijn nog van onze verjaardag.’
Ik probeer zo neutraal mogelijk te kijken en glimlach terwijl de gevulde en verlepte endorfinebom zijn vergane glorie in mijn mond doet exploderen. Het is afschuwelijk!
Expeditie Robinson schiet door mijn gedachten.
Ik moedig mijzelf aan: ‘Ooit wil jij meedoen aan dit programma, daar krijg je een eetproef met kokoslarven en levenloze kuikens in stinkende eieren, kom slik!’
Het werkt. Ik slik.
‘Wil je er nog één?’
Snel neem ik een slok koffie en schudt mijn hoofd. Mevrouw slaat weer aan het rommelen. Een beetje stiekem loop ik met het doosjes chocolaatjes naar de keuken.
‘Zijn ze op?’ vraagt ze. Even steekt mijn geweten, maar dan denk ik aan mevrouw haar zwakke maag én aan haar geheugen.
Ik schuif ze in de prullenbak: ‘Hartstikke op!’

Dan ineens zie ik Annie grijnzend in de deuropening van de keuken staan. Betrapt…
Ze steekt de pasjes omhoog en roept tegen haar moeder dat zij ze gevonden heeft. Zichtbaar opgelucht gaat mevrouw zitten. Annie zet een paar passen mijn richting op en fluistert half lachend: ‘Je mag wel zeggen dat ze niet goed zijn hoor…’
Ik lach. Opnieuw schiet de expeditie door mijn gedachten. Maar ook de conflicten tussen moeder en dochter. Ik ga hier zeker geen olie op het vuur zijn, bedenk ik mij.
‘Laten we het op een uitdaging houden Annie… Een uitdaging.’
Ze grijnst opnieuw.
‘Zeg,’ begin ik half fluisterend, ‘wat denk je ervan om met oog op die chocolaatjes samen even de keukenkastjes door te spitten?’
Ze begint te stralen. Stiekem vindt ze het huishouden niet erg.

‘Goed. Dát is goed’, zegt ze met een grijns. ‘Maar wel een uitdaging met moeders op de achtergrond…’

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s