LDH·Leger des Heils·maatschappij·Psychiatrie

Mevrouw Lichtgewicht

De stem van mijn collega klinkt bezwaard.
‘Ga jij zo nog naar mevrouw Lichtgewicht toe?’
‘Ja, ze is mijn tweede klant. Hoezo?’
‘Ik heb haar net aan de lijn gehad, ze klinkt verschrikkelijk. Ik ga nu regelen dat de huisarts en jij gelijktijdig aankomen en ze opgenomen gaat worden. Misschien kom je al niet eens meer binnen…’
Als ik mijn collega vraag waarom ze, gezien de noodzaak zelf niet heen gaat valt ze even stil. Ze vertelt dat haar vader is overleden en nu naar de andere kant van het land moet. Ze snikt en hervat moedig de noodzakelijke bespreking rondom onze gedeelde klant.
‘Joh, wacht even…’ rem ik haar, ‘waar is je pa aan overleden?’
‘Dat weet ik nog niet eens…’
Ik ben verbijsterd. Ze heeft enkele ogenblikken geleden te horen gekregen dat haar vader is gestorven en slaat het komende uur, terwijl ze naar haar ouderlijk huis rijdt, aan het bellen voor het welzijn van haar klanten. Ik heb grote bewondering en denk eerlijk gezegd niet dat ik dat zou kunnen.

Aangekomen bij mevrouw Lichtgewicht, een zestiger, schrik ik mij kapot. Mijn fantastische collega heeft, telefonisch nog wel, een haarscherpe inschatting gemaakt. De normaliter 40 kilo wegende vrouw doet bevend open. Ze wankelt en even denk ik dat ze flauw gaat vallen. Als ik haar arm grijp en mijn hand op haar rug leg om haar te ondersteunen slaak ik een kreet van ontzetting. Het is doodeng om d’r vast te pakken. Letterlijk elk botje is voelbaar. Het is overduidelijk dat ze de laatste twee weken meer kilo’s kwijt is geraakt dan een mens verdragen kan. Ze was al mager, zéér mager, maar ze ziet er nu ronduit angstaanjagend uit.
In de huiskamer zakt het fragiele vrouwtje neer op de bank waar ze direct weer op gaat liggen. Overal staan kopjes en pakken drinken om haar heen verzamelt. Ik kan haar nauwelijks verstaan maar duidelijk wordt dat ze al een week op de bank ligt, niet meer kan eten zonder misselijk te worden of buikloop te krijgen en dat ze zich zwak voelt. Vreselijk zwak. Terwijl ik op de bank tegenover haar zwijgend naar haar zit te kijken zie ik hoe ze wegdommelt, langzaam en dan weer snel ademhaalt en af en toe even half naar mij glimlacht. Ze is zelfs te zwak voor haar kettingroken.

Ik zucht. Morgen zou ze naar het ziekenhuis gaan voor vervolgonderzoeken betreffende een hartoperatie. Deze is almaar uitgesteld omdat mevrouw om onverklaarbare redenen maar niet aankomt. Ze eet wel, ze wordt alleen maar niet zwaarder. Te licht voor zo’n zware ingreep.
En nu is ze nog magerder, denk ik bedroefd. Wat mij ook bezig houdt is dat vandaag de laatste keer bij mevrouw is. Vandaag zou ons afscheid zijn. Veranderingen in mijn rooster maken dat ik deze klant moet laten schieten en op dit moment van zorgen voelt dat wrang.
Het voelt ook verkeerd erover te beginnen.
‘Zou je boodschappen voor mij kunnen doen lieverd?’ kreunt mevrouw Lichtgewicht ineens.
Licht verbaasd kijk ik haar aan.
‘Zullen we eerst even wachten op de huisarts?’
Ze knikt maar zegt: ‘Maak toch maar alvast een lijstje…’
Gehoorzaam pak ik pen en papier. Vast in de overtuiging dat de huisarts haar absoluut niet thuis laat blijven, maar wetende dat mevrouw dit gedachtegoed uitstelt omdat ze ten diepste doodsbang is voor ambulances en onderzoeken. En dat dit de reden is dat ze al een week in haar eentje doodziek ligt te zijn.
Als ik de boodschappen heb genoteerd sla ik snel aan het ruimen. Het wachten is op de huisarts.

Die bevestigd wat overduidelijk is.
Ze weeg nog maar 34 kilo. Haar arm te dun voor de bloeddrukmeter. Haar hart doet zijn razende best zuurstof rond te pompen in haar copd lijf en slaat veel te snel.
Terwijl de huisarts met ziekenhuizen in Amsterdam belt voor een opname kreunt mevrouw. Het lijden is zo duidelijk. Mijn hart breekt van medelijden op het moment dat de vrouwelijke huisarts mij toefluistert: ‘Hartverscheurend hé om haar zo te zien?’
Ik knik en slik mijn tranen in.
Om maar wat te doen te hebben pak ik alvast wat spulletjes en schone kleding bij elkaar.
Soms vang ik flarden van het gesprek op. Haar telefoon staat nogal luid.
‘Is mevrouw haar gewicht verbonden aan een psychiatrische stoornis?’
‘Nee. Haar gewicht niet.’ zegt de huisarts stellig.
‘…Dus als mevrouw thuis blijft dan gaat zij dood?’
‘Ja.’ zegt de huisarts een stuk zachter.

Als ze na ruim drie kwartier eindelijk een bed geregeld heeft kondigt ze bij mevrouw Lichtgewicht aan dat ze nu een ambulance gaat bellen. Mevrouw breekt. Ik kijk vanuit de slaapkamer toe. De huisarts gaat bij haar op de bank zitten, legt een arm op de hare en zegt: ‘Wat had je dan gedacht? Dat wij jou hier als een nachtvlammetje uit laten gaan?’
Ik kan die vrouw wel kussen om zoveel tederheid die ze betoont.
‘Jij gaat aansterken in het ziekenhuis, we gaan nu eindelijk eens uitvogelen wat er aan de hand is en dan kom je weer lekker thuis…’
Ik probeer te peilen aan de gezichtsuitdrukking van de arts tot in hoeverre ze hier zeker van is. Het lukt me niet.

Ik blijf tot de ambulance er is. Als ze zelf de brancard in de ambulance opstapt ga ik even op mijn knieën in de deuropening van de achteringang zitten en pak nog even haar hand vast. Ik slik de woorden ‘ik zie je snel’ in en knijp even in die tengere vingers. Dit had ons afscheid moeten zijn.

Terwijl ik de ambulance weg zie rijden hoop ik met mijn hele hart dat dit niet een dubbel afscheid is.

4 gedachten over “Mevrouw Lichtgewicht

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s